Pedagogisch topniveau

Beste lezer,

Omdat het hoog tijd is dat jullie ook eens wat bijleren, heb ik besloten om jullie vandaag kort de geschiedenis van Montpellier te vertellen. Nu had ik kunnen kiezen om dat op een betrouwbare en historisch verantwoorde manier te doen, aangezien de geschiedenismusea hier talrijker zijn dan de openbare toiletten, maar meer uit yoloisme dan uit luiheid heb ik besloten mij vooral te baseren op Wikipedia en mijn eigen indrukken tijdens mijn zeldzame stadswandelingen (vergelijk me gerust met James Joyce; het zou hem deugd doen). Daarenboven heb ik zelf enkele afbeeldingen vervaardigd, die als visuele leidraad het woordelijke relaas versterken. Pedagogisch ijzersterk, al zeg ik het zelluf.

Het verhaal van Montpellier vangt aan in de Middeleeuwen, die gouden jaren waarin de huidige Britse Queen Elizabeth geboren werd en waarin men nog bier dronk om een deftige reden: om te overleven, namelijk. Montpellier was door zijn gunstige ligging – zon zee zuipen weetjewel – altijd al een trekpleister (ook Cicero dronk hier wel eens een mojitum -de voorloper van de mojito- na al dat retorisch labeur), maar werd pas in 985 voor het eerst als een geheel gezien, en het is ook in dat jaar dat de naam ‘Montpellier’ verschijnt.

cicero mojitum

Ciceromontpellier was ongetwijfeld een degelijke blog

Economische voorspoed was al snel Montpelliers deel, en in een ware battle met Marseille konden beide steden zich enorm verrijken. Rond de 14e eeuw, ironisch genoeg in de anti-pestweek op de lagere scholen, kruipen er echter massaal ratten uit de riolen en bezwijkt een derde van de bevolking aan de hipster ebola, en stuikt ook de lokale economie in elkaar.

Maar net op het moment waarop iedereen dacht “zo, het is mooi geweest, heel mijn familie is dood, kheb pestbuiltjes op mijn piet, tijd voor een weekendje Ibiza”, maakt de allereerste Montpellieriaanse stadsheld zijn triomfantelijke opwachting: Jacques Coeur, een soort minister van Economie onder het bewind van Karel VII, stimuleert (hehehe) de modernisering van de havens van Montpellier, zorgt ervoor dat Frankrijk massaal investeert in de stad, en laat enkele universiteiten neerplanten. Enkele knappe bollen, waaronder Petrarca en François Rabelais, studeren, fuiven en boemelen zo meerdere jaren in de partystad. Montpellier leeft, de underground troubadour scene bloeit open.

Jacques Coeur

Jacques Coeur

Originele quote, dames en heren

Originele quote, dames en heren

Tot plots: godsdienstoorlogen. Montpellier heeft zoals de meeste Zuid-Franse steden vooral protestantse inwoners, wat in Frankrijk niet de beste keuze is.  De sterk katholieke Franse staat laat namelijk niet met zich fokken en een beeldenstorm of drie zijn daardoor het deel van de Hugenoten. Kerken worden herleid tot kapelletjes,  traantjes vloeien rijkelijk, en op een bepaald moment worden er zelfs meer protestanten dan joden vervolgd… Wat een wereld! Een zekere Lodewijk de Veertiende wordt echter de verrassende reddende engel: met ‘zijn’ geld vullen grote bouwwerken, parken, standbeelden het straatbeeld, en wordt Montpellier weer belangrijk. De Billy Elliot van de 17e eeuw mag dan wel grotendeels verantwoordelijk zijn voor de initiële beeldenstormen, door zijn latere ingrepen is het toch zijn blije bakkes die de pleintjes en avenues rijkelijk siert. Meerdere triomfbogen wauwelen lofbetuigingen aan Zijne Ballerino Hoogheid en menig paard wordt door zijn stenen replica gezeten. Toch echt een beetje een flikker, onze Zonnekeuning, maar in Montpellier wel een (paradoxale) held.

Keuning Zon wist in de 17e eeuw al dat basic kleren tijdloos zijn.

Keuning Zon wist in de 17e eeuw al dat basic kleren tijdloos zijn.

Door zijn strategische positie blijft de stad trouwens altijd vrij welvarend en bovendien vormt het een geliefde uitvalsbasis voor de groten van de Franse geschiedenis. Zo wordt er vooral in de negentiende eeuw nog massaal gebouwd en geïnvesteerd, en in tegenstelling tot in het Noorden blijven de arbeiders tenminste gewoon werken – dan eindelijk eens geen problemen met die kutsossen. Edoch: een negentiende-eeuwse stad zonder opstand is als een baby met ademhalingsproblemen: we zijn blij dat het eindelijk een tijdje stil is, maar als er te weinig beweging inzit, wordt iedereen argwanend. Zo ook in Montpellier: de grootste volksopstand van de Derde Republiek –de meest troebele passage in de moderne Franse geschiedenis – kwam van de hand van de Montpellieriaanse wijnboeren in 1908, vrij laat in vergelijking met andere populaire revoltes. Ongetwijfeld dronken, namen de boeren de straten in en al snel werden ze bijgestaan door quasi elke andere sociale klasse – zonder uitzondering ook stomdronken. Parijs voelde het jeuken, en de illustere Georges Clémenceau sloeg de naar goedkope rosé geurende wijnboermuilen al snel gewelddadig de zwijgenis in. Reactie van de inwoners? Massaal straten en pleinen naar Georges Clémenceau noemen. Montpellier logic.

Georges Clémenceau drinkt graag koffie met véél schuim.

Georges Clémenceau drinkt graag koffie met véél schuim.

Het meest badass deel van de geschiedenis van Montpellier is echter van recente makelij: hoewel de stad onder de collaborerende Vichyrepubliek viel, was het een waar centrum van verzet. Nationale held Jean Moulin beraamde hier in zwemshort en espadrilles namelijk menig antinaziplan, en in contact met latere held (en nog latere antiheld) Charles de Gaulle, was hij een belangrijke motor van de acties tegen de bezetter en tegen professionele eikel Pétain.  De ongelukkige mossel werd echter van binnenuit verraden (welk orgaan de klikker was zullen we wellicht nooit weten) en geëxecuteerd.

Pétain was nen eikel

Pétain was nen eikel

Na de oorlog dan, kwamen er voor de tweede keer in de geschiedenis ratten ’t Stad binnengevallen: deze keer was het de Arabische migratiestroom. Deze stroom arbeiders werkte echter zo hard dat hun zwarte handen witte palmen kregen, en de economische bloei was wederom een feit. Reken daar de toeristische boom (<insert mopje over een toeristisch bos>) en de moderne industrie bij, en de som hoort vrij positief te zijn voor Montpellier.

Godsjammerlijk evenwel:  ondanks de dynamiek en studentikoze sfeer in de stad, is Montpellier het slachtoffer geworden van zijn veel te steile groei. De werkloosheid ligt veel hoger dan in de rest van Frankrijk, en heel erg veilig is het niet overal: zwervers tieren welig en arme Maghrebanen agresseren stierig. Het centrum is een mooie illusie van een warme sprookjesstad, maar de banlieue is gevaarlijk en niét kleurrijk – enkel donkerbruine en zwarte huidskleuren is namelijk niet zo gevarieerd te noemen. Montpellier staat dus voor een hele hoop moderne uitdagingen, en momenteel lijken er nog geen oplossingen in de lade te zitten. Nu kan ik mee brainstormen en uitwegen trachten voor te leggen, maar daarvoor ben ik te veel een schuie gast. Je m’en fous. Als u mij nu wilt excuseren: mijn mojitum wacht, en die Zuid-Franse meisjes playen zichzelf niet.

Historisch verantwoorde kusjes,

Samontpellier

U was een fijn publiek

U was een fijn publiek

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s