Een oud kutwijf kloten

Lieve pennenvrienden,

Ah ijdele tijd, korte weken, vluchtige maanden! Levendig herinner ik mij nog hoe ik angstig Montpellier betrad, zonder vrienden en zonder zekerheid omtrent mijn capaciteiten om mijzelf in leven te houden. Maar kijk eens aan: gestorven ben ik allerminst en ik heb een paar dozijnen aan facebookvrienden gewonnen. En zeg nu zelf: overleven en oppervlakkige vriendschappen opbouwen, is dat niet waar Europa ons voor subsidieert?

Maar mijn beklagenswaardig lot (en mijn erasmuscontract) dwingt mij ertoe deze vruchtbare en met zwervers bezaaide grond vandaag al te verlaten. En dat gaat gepaard met de nodige tragiek. Als een volleerd Lance Armstrong ga ik namelijk niet heen op mijn hoogtepunt, maar ver erna. Mijn Franse vriendjes zijn reeds allemaal terug richting hun hofstedes getreind en mijn Belgische maatjes druppelen al heel deze week noordwaarts. Het resultaat is dat ik tot een kluizenaar verworden ben in volle stad, een eenzaat omringd door duizenden mensen. Voor het eerst sinds begin september heb ik zo een eenzaam weekend doorgebracht. Je kan je nu al inbeelden dat ik dat gewikkeld in de warme lakens van mijn bitter zelfmedelijden gedaan heb, maar dat valt eigenlijk best mee. Het is eerder gewikkeld in de lauwe dekens van algemene mensenhaat. Veel beter, toch?

Wat bazelt die Sam toch weer? Wel, nederige sterveling, om zijn eenzaam weekend te vullen trok hij er alleen op uit. Winkeltjes bezoeken, wafeltjes eten, bedenken dat verkleinwoorden alles schattig maken. Hij zag een petieterig bakkerijtje en hij dacht, waarom niet, lekker yolo, even zondigen, de broeksriem los, smullen en wijfkes vullen. Zo’n artisanaal krentenbroodje verorberen voor de ogen van een Victoria Secret magere dakloze is smakelijk èn vermakelijk. Hij schoof aan in de bakkerij, een geur van melig deeg deed zijn neusharen swingen. De enige persoon voor hem in de rij vraagt een groot wit brood, coupé. De stokoude bakker gehoorzaamt, niet met tegenzin maar met overgave en met liefde voor de stiel. Hij streelt sneetjes van het brood, kust ze vaarwel en kietelt ze de papieren zak in. Even aandoenlijk als tijdrovend.

Meneer de klant vertrekt, zijn brood met zoete tranen bevochtigend, bewogen door het zielroerende spektakel. Even slikken. Sam is aan de beurt. “Donnez-moi…” “Pour moi le pain complet au sésame”. Een andere stem, trillend als de dreigende vuist van een man wiens echtgenote net verkondigd heeft dat ze nóg een aflevering van ‘Say yes to the dress’ gaan kijken, heeft Sam de woorden afgesneden. Het is een oude dame. Een minuscuul vrouwtje van om en bij de drie eeuwen oud heeft Sam zonder schaamte voorgestoken. Technisch gezien heeft ze dat zelfs niet gedaan. Dat kleine lichaam dat rotte botten en een kwaadaardig brein huisvest heeft gewoon haar wens uitgeknarst. Totaal verbijsterd door het lef van de ouwehoer kan Sam geen woord uitbrengen. De bestofte bakker heeft zijn ogen geen enkele maal opgericht. Men vraagt, meneer draait. Hij ging de pain gaan halen.

Sam draait zich om. Het vrouwtje zelf trilt nog meer dan haar stem. Ze lijkt op een accordeon in rust, compleet samengedrukt, het resultaat van de jarenlang inwerkende Fz =m*g jwz. Maar het is geen onschuldige oude mokkel. Het is een kutwijf. Afgaand op de verstikkende walm die ze in het rond stuift, moet haar parfum “Chanel Old Fucking Dusty Attic” zijn, ofwel zijn haar poriën al op pensioen sinds het interbellum. Ze kijkt Sam recht in de ogen. Met het krachtige wapen van de dubbele minderheid – ze is niet alleen oud maar ook een vrouw – kan ze maken wat ze wil zonder ooit te moeten vrezen voor een oplawaai in haar rimpeltronie. Ze grijnst. Haar bestaansreden, zo verkondigen haar brandende ogen, is om in de jaren die haar nog resten zoveel mogelijk jonge mensen te kloten. Jaloers op de lentes in dewelke sommige levens nog verkeren, kan ze zo toch wat schade aanrichten in de geesten die de perfecte lichamen herbergen. Sams lijf vult zich met een irrationele haat tegenover deze menselijke incarnatie van een geïnfecteerde wasbeer. De heks is extatisch door de machteloosheid van haar tegenstander. Ze wacht voldaan op de volgende zet, ook al heeft ze door haar voorkomen al bij voorbaat gewonnen.

De bakker komt aansloffen met het brood, vrijt het zachtjes de zak in, en met een verliefde blik staat hij zijn kunstwerkje af. “Merci, Monsieur”. Sam neemt le pain complet au sésame van de toonbank. Mevrouw achter hem is verward. Dat was míjn brood, denkt ze in haar vuil Frans, ík heb het besteld. Sam voelt de eeuwenoude blik van Mariette Le Schijtwijf priemen in zijn rug.

Sam legt een blinkende munt in de robuuste hand van de bakker. “Gardez la monnaiemerci.” Voor de bakker is het brood weg. Zijn hart is gebroken, zijn liefde heeft hij afgestaan voor een luttele euro. Hij wacht minzaam op de volgende bestelling, een nieuwe one bread stand om zijn tarwelust te temperen. Zijn aandacht gaat naar de volgende persoon in de rij. Dat is de oude teef, compleet uit haar verroeste lood geslagen door de situatie.

“Et pour madame, 6 pains au chocolat et 3 pains blancs. Coupé. Prenez votre temps.” De vriendelijke krullebol uit België heeft een bestelling geplaatst voor Madame. Men heeft gevraagd, de bakker draait : op zijn pantoffels sloft hij zijn achterkamertje in. De haastige teef kijkt verward naar Sam. Zoiets heeft ze in haar drie eeuwen nog nooit gezien. Haar brood met sesamzaad is in de handen gevallen van een onbekende jongeling met samsonbloed, en nu is er een grote ongewenste bestelling in de maak in haar naam.  Ze stamelt iets als “J’accepte pas, je veux mon pain au sésame, pas ces pains au chocolat, vous jeunes vous êtes…”  “Excusez-moi, chère Madame”. Ik moet passeren. Ik heb weinig tijd. Straks is het Liverpool – Arsenal en mijn nic-nacs liggen zacht te worden in mijn kast. En weg is Sam, weg met zijn jonge lichaam en weg met het brood van de gepensioneerde wicca. Tegen de bakker terug is met de broden die de heks helemaal niet wil, is ze hopelijk al gestorven aan wroeging en suikerziekte.

Brood met sesamzaad vind ik niet eens lekker. Maar een kopje zoete wraak gaat altijd wel binnen, dus die ene euro is het ruim waard. Adieu, oude slet. Don’t be fucking with Sam.

U was een fijn lectoraat. Thx 5 da support

Samontpellier

Advertenties

Fransen zijn raar, Chinezen zijn fucking raar, mijn prof is een kapotte Furby

Liefste afgezjabberde discofletsen, bezeken graftakken en langharige beftekkels,

Enkele tijdperken geleden schreef ik jullie een blog waarin ik zanikte over het feit dat er bij de contacten met overige Erasmici een totalitair regime waakt over de gekozen gespreksonderwerpen. Wie een overtreding begaat tegen het ongeschreven reglement wordt in het beste geval gewaterboard met boze blikken, en in het slechtste geval gedeporteerd naar een nog slechtere universiteit dan die van Montpellier –al zie ik niet in hoe die kan bestaan.

Nu kan ik jullie allen verheugen met het vrolijke nieuws dat deze gruwel definitief achter mij ligt aangezien ik de voorbije weken massaal inheemse Franse vriendjes gemaakt heb. Dat klopt, liefste retelteef, net als de beste berkenspanner die op enkele weken tijd van kleur kan veranderen,ben ik erin geslaagd om zowaar een echte Franse blaheur te worden om zo opgenomen te worden in hun vrij gesloten gemeenschap. Als infiltrant heb ik zo al veel opzienbarende zaken waar kunnen nemen. Zo zijn jonge Fransen de enige mensen die erin kunnen slagen om een slang zielig te doen klinken, terwijl het normaal heel stoer zou moeten zijn. Wat dacht je van ‘un type chelou’ om een louche type aan te duiden? Droevig. Daarenboven roken ze met z’n allen ketting en vinden ze dubstep de shit (skriellex, mec!). Je kan het wel al raden: na eten en mezelf haten als ik topless voor de spiegel sta, is bedenkelijk kijken hier mijn hoofdactiviteit.

Hetgeen dat echter het meest barend in opzien is (ik snap geen berekloot van hoe het woord ‘opzienbarend’ in elkaar zit), is dat ook in deze gemeenschapjes de Gestapo zijn veiligheidscamerae opgehangen heeft. Ik, naïef en onbezonnen, dacht nochtans dat ik hier vrijuit over allerlei uiteenlopende problematieken zou mogen ratelen zonder neergesabeld te worden door woedend oogcontact. En denk nu niet, kritische klittekut, dat ik Hitler begon te verdedigen of zomaar racistische statements in het rond spoot (dat doe ik trouwens nooit), neen, ik sloot me zelfs aan bij de standpunten van de Fransen maar deed dat blijkbaar iets te enthousiast.

Dit is namelijk de regel, zo schijnt het: Fransen mogen hun politici letterlijk de grond inboren, schijten in de put die het boren veroorzaakt heeft, en in de drek schreeuwen wat een nietsnutten ze wel niet zijn. Letterlijk! (goed, niet letterlijk, maar kom, dat woord wordt vandaag de dag door letterlijk iedereen gebruikt om te versterken, dus nie haten anuspiraten) Daartegenover staat dan weer dat buitenlanders helemaal niks mogen hebben tegen Franse politici. Die mannen hebben een zwaar leven en, <insert drogreden>, “zou jij het beter kunnen misschien?”.

Je kan je de gesprekken al inbeelden: een groep inheemse kuddedieren op een faculteit Letteren praat de socialistische president de kalkbodem in omwille van zijn overdreven rechtse maatregelen, met instemming van eenieder. Komt daar een zwart schaap uit het buitenland aangehold die al het gezegde beaamt, met een formule als ‘dat noemt zich dan een socialist!’. Valt er een stilte. De kudde ossen staart met lege ogen richting indringer.

-“Wát zei die klootzak van een herkauwer?” “Alsof hij het zelf beter kan!” “Ónze president doet wat hij kan”. “Het gras is altijd groener aan de eigen kant!”

-“Wel euh, in As Told By Ginger heb ik  geleerd dat het gras groener is aan de overkant, eerder dan aan de eigen kant. Niet?”

-“Ah amai ja slim ze racist” “Jullie vorige premier was een homo” “Ja en jullie minister van volksgezondheid is eerder een middelgroot landzoogdier dan een mens” “Kijk wat ge doet nu is Alice haar lebmaag ontstoken”

Nu kan het lijken alsof ik het niet erg goed kan vinden met mijn gloednieuwe Franse kennissen, of ik kan jullie de indruk geven dat ze allemaal kortzichtig en dom zijn. Dat is helemaal niet waar. Slechts een kleine meerderheid (sic) ervan is kortzichtig en dom. Het is gewoon cool om pessimistisch te zijn. Beetje negativisme spuien, tonen dat je een kritische geest hebt. Dan kom je lekker intellectueel over, snap ge.

Het houdt alleszins niet op met mijn Franse vriendjes. Kosmopoliet als ik geworden ben, zat ik op een zekere namiddag te tafel met een bont gezelschap Chinezen en één Frans-Fins meisje. Voor zij die nog twijfelden: Chinezen zijn fucking raar. En zeker als er een soort Frans uit hun slechtgetande monden komt. Die fucking rare monden die voortdurend lachen.  Ook het Frans-Finse meisje vond die Chinezen en hun voortdurend gegniffel fucking raar. We beslisten daarom ook om de proef op de som te stellen: we zouden eender wat zeggen om te testen of die groep fucking rare Chinezen met eender welke uitspraak zouden grinniken. Het antwoord is positief. “Mijn bord is nog warm”. Hilariteit alom. “Ik heb betaald met mijn studentenkaart”. Gieren, toch! En dan hadden we de klassieker nog niet gedropt; “jullie fucking Chinezen zijn echt fucking raar, is dat omdat jullie allemaal als kindslaven gewerkt hebben bij Nike?”. Vreugdetranen rollen over hun fucking rare gezichten. Het Frans-Finse meisje en ik, we rilden even, alvorens snel weg te denderen. In de loop maakte ik een smalende opmerking over het huidige buitenlandse beleid van Frankrijk. Grote fout. Hoe durfde ik?

Ondertussen staan ook mijn examens voor de deur. En laat mij je nu even iets vertellen, lelijke osseknots, die examens slaan helemaal nergens op. Ze zijn gemaakt voor debielen, en door debielen. Letterlijk. Nu frons je je wenkbrauwen natuurlijk weer je kruin in, want daar is de zoveelste misplaatste ‘letterlijk’. Maar neen, letterlijk. Eén van mijn proffen heeft namelijk een aandoening waardoor hij schijnbaar alle motoriek ergens kwijtgeraakt is, zodat hij continu al zijn papieren in het rond slaat. Ook praten lukt niet zo goed. En dan is het net zoals bij blinden die eens ze hun zicht verliezen, ineens beter horen. In dit geval gaat het zo: hoe minder goed je je nog kan uitdrukken, hoe beter je in het rond kan zeveren. Zo wordt het spreekgestoelte van mijn prof een burcht, omgeven door een gracht mongolspeeksel en gescheurd papier. Je kan het nog het best vergelijken met een Furby die in het toilet gevallen is: het maakt nog lawaai, maar het lijkt meer op een sproeier die onregelmatig alles zeiknat maakt. En het is fucking eng. Nu kregen we deze week natuurlijk het bericht dat we een mondeling examen hebben bij de pelikaan in kwestie. Komt die duikbril toch nog van pas. En als ik dat examen film, telt dat ook meteen als een ice bucket challenge.

Ach, net als mijn prof ben ik een spraakwaterval (hihi), en zo doet mijn gebazel me weer ver van mijn oorspronkelijk onderwerp afdrijven. En dan weten jullie ook, stelletje sluitspiergezichten, dat het hoog tijd wordt om gewoon te stoppen. Want voor je het weet doet één van de door mij geschoffeerde bevolkingsgroepen mij een proces aan. En nu ik alle kans op een goeie job al vergooid heb met deze grove blogposts, kan een huiszoeking mij zeker gestolen worden. Beeld je maar eens in dat ze hier binnenkomen en ontdekken dat ik een weeskind-taxidermist ben, of erger nog, dat ze mijn laptop meenemen en zien dat ik alle seizoenen van ‘Zo man, zo vrouw’ illegaal gedownload heb.

Bedankt voor jullie aandacht, tulpenkutten en stoethaspels,

Samontpellier

Crimiclowns

Beste lezer,

Luid de alarmklokken, verschans u ten bunker, Frankrijk valt ten prooi aan de grootste ramp sinds Hitlerheugnis! Vergeet dus ebola, vergeet ook teruggekeerde IS-strijders, vergeet zelfs dat kutnummer uit Frozen waar iedereen over climaxt, want onze zuiderburen kampen met acute clownitis. Criminelen dossen zich uit als clowns, en gewapend met fopneus en matrak knuppelen ze onschuldige passanten tegen de koude grond. Waarom? Ze willen je echte mensengeld. En, geef toe dat het lachen is.

Maar als je voor het eerst deftig opgelet hebt, knappe alfabeet van me, herkennen we in deze bullshit een schoolvoorbeeld van een self-fulfilling prophecy: door te geloven in de mythe, wordt de mythe waarheid. Angsthazen geloofden in een invasie van clootzak clowns, en zo kwamen ze ook echt tot leven. ‘Hoe?!’, schreeuwt u luidkeels uit. ‘Rustig!’, repliceer ik met vuist en rede. Aanhoort aandachtig mijn relaas.

In één van mijn talloze inhoudelijk rijke lessen daterend uit het begin van mijn semester professioneel verpozen, had onze proffige grijsaard het er al eens over: goedgelovige Fransen beweerden dat ze des nachts clowns hadden zien rondkuieren, zonder dreigend gedrag te vertonen maar wel met een rape face starend naar voorbijgaande toevalligaarden. Wanneer deze ongelukkigen iemand gingen halen om ze  deelgenoot te maken van het clowneske spektakel, waren de grootgeschoenden magischerwijs verdwenen. Deze come-and-go van nachtelijke narren is een topos in horrorfilms (denk aan ‘It’, maar in zekere zin ook aan de u welbekende Joker uit Batman), maar in non-fictioneel Frankrijk was er in september gewoonweg nog geen sprake van. Meer nog: andere verwarde Fransen getuigen sinds jaar en dag over andere horrortopoi, zoals uit de dood opgestane meisjes en homoseksuelen met stemrecht.  Long story short: mensen kijken films, verwarren realiteit en nachtmerrie, en ze meenden in dit geval effectief clowns te zien.

Tot plots, een hype! Meer en meer mensen wilden zich interessant voordoen door ‘ook wel eens ’s avonds iets gezien te hebben dat op een clown leek maar het kon ook den Thierry met die delle van Café Sport geweest zijn’, en er ontstond een groep met believers en één met non-believers.  Door de massale aandacht op die dekselse sociale media werd de nachtmerrie realiteit: mensen begonnen zich écht uit te dossen als clowns, en grappend en grollend konden ze zo brave burgers de broek vol schijt aanjagen. Veel schmink, veel trauma’s: het had een optreden van Nicki Minaj kunnen zijn.

Het bleef echter niet zo schalks en genoeglijk, gezien de heren clowns nu ook doorhadden dat ze onherkenbaar waren: misdadigers waren geboren. Net zoals de boerka is het clownspak nu dus niks meer dan een droge identiteitsbescherming met slechts één doel: modebewust bewakingscamerae omzeilen.

Nu, de reacties lieten niet lang op zich wachten. Mensen zijn als de dood om oog in fopneus te komen staan met een rosse krullebol, tot op het punt waar menig jonkvrouw haar hypekasteel niet meer durft te verlaten, verlamd door de mediatieke paniekzaaierij. Lolbroek als ik sedert mijn geboorte ben – volgens de legende fakete ik een shaken-baby syndroom door al twerkend uit de schede te rollen – zie ik er vooral de humor van in. Professionele machinezagen à la ‘ik ken wel iemand die dat echt heeft meegemaakt en da’s supererg’ mogen zich dus de moeite besparen: mijn empathie ziet zelden het daglicht, en als ik al zou luisteren naar je weinig coherent verhaal, zou ik waarschijnlijk aan de kant des clowns staan. Waarom? Omdat het contrast tussen ‘persoon wiens job het is om mensen te doen lachen’ en ‘afzetter’ zo groot is dat het komisch wordt. Zo zijn er vele situaties denkbaar waar mensen zich angstvallig in hun huis zouden verschansen, maar die zo hilarisch zijn dat je gewoon koprollend door te straten zou moeten hilariëren bij het horen of aanschouwen ervan. Een bloemlezing dringt zich op.

Wat dacht u van;

  • Zwarte pieten die wolvenklemmen zetten nabij parenclubs voor dwergen
  • Geert Hoste die jonge meisjes ontvoert en ze in zijn kelder dwingt om elk etmaal zijn kruin op te blinken met zonnebloemolie
  • Onze Majesteit Filip die in zijn volle onschendbaarheid elke vrijdagavond zure colaflesjes gaat stelen in de Kruidvat in Laken
  • Angela Merkel die op eigen houtje beslist om van Liechtenstein een pretpark te maken, met attracties als ‘whack-a-Greek’ en een steile achtbaan die tijdens zijn laatste vrije val volledig met Portugese vlaggen versierd is
  • Onze prinselijke prins Gabriël die tijdens de steeltochten van zijn reeds seniele vader misbruik maakt om een slippertje te begaan en met de Nederlandse prinses Catherina-Amalia Monopoly gaat spelen, om dan doodleuk te verklaren dat ‘…[I]did not have board game relations with Miss Amalia’, waarop hij zichzelf achteraf toch verraadt door te laten vallen dat ‘die Hollandse trut altijd zes gooide’, dat ‘ze met haar dikkop al na drie rondjes Brussel Nieuwstraat had kunnen kopen’ en dat ‘dat hele kutspel om zeep is sinds ge elektronisch kunt betalen want wie typt er nu de juiste bedragen in’. Als hij dan ook nog eens ‘Wij willen Willem weg’ begint te scanderen en Congo Vrijstaat voor zichzelf opeist, moet hij door prins Laurent in zijn zuurverdiende boot weggeleid worden, en blijft de aanwezige pers verbouwereerd achter. Geert Hostes eindejaarsshow is dan al even gevuld als zijn kleine meisjeskelder.
  • Obese vrouwen die zich voordoen als topsporters en er warempel in slagen om de sport jarenlang te beheersen, ondanks hun overduidelijke pens – denk aan een Kim Clijsters.

Al de hierboven aangehaalde voorbeelden zouden de paniekerige media ertoe brengen schande en verderf over het fenomeen in kwestie heen te roepen. Ikzelf vind ze daarentegen best vermakelijk. Stop dan ook allemaal eens met u te laten verlammen door angst, in de hand gewerkt door overdreven en eenzijdige artikels, en probeer deze misdaad in contrast te stellen met bijvoorbeeld het aantal dodelijke verkeersongevallen of het aantal armen door het wanbeleid van de door u gestemde regering. Wanneer iemand dan verklaart niet meer naar de les van de vespers te willen gaan uit angst om overvallen te worden door een clown, is het je dus zeker toegestaan om je volledige mondinhoud in zijn/haar gelaat uit te proesten. Al is het toch oppassen met Kim Clijsters: voor je het weet stuurt ze dat lelijk kind op je af – als je op je vijfde lijkt op een kruising tussen een Jack Russell en Kamiel Spiessens, ga je harde momenten beleven tijdens de speeltijd. Ach, zoals gewoonlijk dwaal ik af. Onthoud vooral dat ook jíj stiekem hoopte op een overwinning van the Joker. Crimiclowns zijn de shit.

Tot de volgende, vulgus, plebs, gepeupel, omo’s,

Samontpellier

Pedagogisch topniveau

Beste lezer,

Omdat het hoog tijd is dat jullie ook eens wat bijleren, heb ik besloten om jullie vandaag kort de geschiedenis van Montpellier te vertellen. Nu had ik kunnen kiezen om dat op een betrouwbare en historisch verantwoorde manier te doen, aangezien de geschiedenismusea hier talrijker zijn dan de openbare toiletten, maar meer uit yoloisme dan uit luiheid heb ik besloten mij vooral te baseren op Wikipedia en mijn eigen indrukken tijdens mijn zeldzame stadswandelingen (vergelijk me gerust met James Joyce; het zou hem deugd doen). Daarenboven heb ik zelf enkele afbeeldingen vervaardigd, die als visuele leidraad het woordelijke relaas versterken. Pedagogisch ijzersterk, al zeg ik het zelluf.

Het verhaal van Montpellier vangt aan in de Middeleeuwen, die gouden jaren waarin de huidige Britse Queen Elizabeth geboren werd en waarin men nog bier dronk om een deftige reden: om te overleven, namelijk. Montpellier was door zijn gunstige ligging – zon zee zuipen weetjewel – altijd al een trekpleister (ook Cicero dronk hier wel eens een mojitum -de voorloper van de mojito- na al dat retorisch labeur), maar werd pas in 985 voor het eerst als een geheel gezien, en het is ook in dat jaar dat de naam ‘Montpellier’ verschijnt.

cicero mojitum

Ciceromontpellier was ongetwijfeld een degelijke blog

Economische voorspoed was al snel Montpelliers deel, en in een ware battle met Marseille konden beide steden zich enorm verrijken. Rond de 14e eeuw, ironisch genoeg in de anti-pestweek op de lagere scholen, kruipen er echter massaal ratten uit de riolen en bezwijkt een derde van de bevolking aan de hipster ebola, en stuikt ook de lokale economie in elkaar.

Maar net op het moment waarop iedereen dacht “zo, het is mooi geweest, heel mijn familie is dood, kheb pestbuiltjes op mijn piet, tijd voor een weekendje Ibiza”, maakt de allereerste Montpellieriaanse stadsheld zijn triomfantelijke opwachting: Jacques Coeur, een soort minister van Economie onder het bewind van Karel VII, stimuleert (hehehe) de modernisering van de havens van Montpellier, zorgt ervoor dat Frankrijk massaal investeert in de stad, en laat enkele universiteiten neerplanten. Enkele knappe bollen, waaronder Petrarca en François Rabelais, studeren, fuiven en boemelen zo meerdere jaren in de partystad. Montpellier leeft, de underground troubadour scene bloeit open.

Jacques Coeur

Jacques Coeur

Originele quote, dames en heren

Originele quote, dames en heren

Tot plots: godsdienstoorlogen. Montpellier heeft zoals de meeste Zuid-Franse steden vooral protestantse inwoners, wat in Frankrijk niet de beste keuze is.  De sterk katholieke Franse staat laat namelijk niet met zich fokken en een beeldenstorm of drie zijn daardoor het deel van de Hugenoten. Kerken worden herleid tot kapelletjes,  traantjes vloeien rijkelijk, en op een bepaald moment worden er zelfs meer protestanten dan joden vervolgd… Wat een wereld! Een zekere Lodewijk de Veertiende wordt echter de verrassende reddende engel: met ‘zijn’ geld vullen grote bouwwerken, parken, standbeelden het straatbeeld, en wordt Montpellier weer belangrijk. De Billy Elliot van de 17e eeuw mag dan wel grotendeels verantwoordelijk zijn voor de initiële beeldenstormen, door zijn latere ingrepen is het toch zijn blije bakkes die de pleintjes en avenues rijkelijk siert. Meerdere triomfbogen wauwelen lofbetuigingen aan Zijne Ballerino Hoogheid en menig paard wordt door zijn stenen replica gezeten. Toch echt een beetje een flikker, onze Zonnekeuning, maar in Montpellier wel een (paradoxale) held.

Keuning Zon wist in de 17e eeuw al dat basic kleren tijdloos zijn.

Keuning Zon wist in de 17e eeuw al dat basic kleren tijdloos zijn.

Door zijn strategische positie blijft de stad trouwens altijd vrij welvarend en bovendien vormt het een geliefde uitvalsbasis voor de groten van de Franse geschiedenis. Zo wordt er vooral in de negentiende eeuw nog massaal gebouwd en geïnvesteerd, en in tegenstelling tot in het Noorden blijven de arbeiders tenminste gewoon werken – dan eindelijk eens geen problemen met die kutsossen. Edoch: een negentiende-eeuwse stad zonder opstand is als een baby met ademhalingsproblemen: we zijn blij dat het eindelijk een tijdje stil is, maar als er te weinig beweging inzit, wordt iedereen argwanend. Zo ook in Montpellier: de grootste volksopstand van de Derde Republiek –de meest troebele passage in de moderne Franse geschiedenis – kwam van de hand van de Montpellieriaanse wijnboeren in 1908, vrij laat in vergelijking met andere populaire revoltes. Ongetwijfeld dronken, namen de boeren de straten in en al snel werden ze bijgestaan door quasi elke andere sociale klasse – zonder uitzondering ook stomdronken. Parijs voelde het jeuken, en de illustere Georges Clémenceau sloeg de naar goedkope rosé geurende wijnboermuilen al snel gewelddadig de zwijgenis in. Reactie van de inwoners? Massaal straten en pleinen naar Georges Clémenceau noemen. Montpellier logic.

Georges Clémenceau drinkt graag koffie met véél schuim.

Georges Clémenceau drinkt graag koffie met véél schuim.

Het meest badass deel van de geschiedenis van Montpellier is echter van recente makelij: hoewel de stad onder de collaborerende Vichyrepubliek viel, was het een waar centrum van verzet. Nationale held Jean Moulin beraamde hier in zwemshort en espadrilles namelijk menig antinaziplan, en in contact met latere held (en nog latere antiheld) Charles de Gaulle, was hij een belangrijke motor van de acties tegen de bezetter en tegen professionele eikel Pétain.  De ongelukkige mossel werd echter van binnenuit verraden (welk orgaan de klikker was zullen we wellicht nooit weten) en geëxecuteerd.

Pétain was nen eikel

Pétain was nen eikel

Na de oorlog dan, kwamen er voor de tweede keer in de geschiedenis ratten ’t Stad binnengevallen: deze keer was het de Arabische migratiestroom. Deze stroom arbeiders werkte echter zo hard dat hun zwarte handen witte palmen kregen, en de economische bloei was wederom een feit. Reken daar de toeristische boom (<insert mopje over een toeristisch bos>) en de moderne industrie bij, en de som hoort vrij positief te zijn voor Montpellier.

Godsjammerlijk evenwel:  ondanks de dynamiek en studentikoze sfeer in de stad, is Montpellier het slachtoffer geworden van zijn veel te steile groei. De werkloosheid ligt veel hoger dan in de rest van Frankrijk, en heel erg veilig is het niet overal: zwervers tieren welig en arme Maghrebanen agresseren stierig. Het centrum is een mooie illusie van een warme sprookjesstad, maar de banlieue is gevaarlijk en niét kleurrijk – enkel donkerbruine en zwarte huidskleuren is namelijk niet zo gevarieerd te noemen. Montpellier staat dus voor een hele hoop moderne uitdagingen, en momenteel lijken er nog geen oplossingen in de lade te zitten. Nu kan ik mee brainstormen en uitwegen trachten voor te leggen, maar daarvoor ben ik te veel een schuie gast. Je m’en fous. Als u mij nu wilt excuseren: mijn mojitum wacht, en die Zuid-Franse meisjes playen zichzelf niet.

Historisch verantwoorde kusjes,

Samontpellier

U was een fijn publiek

U was een fijn publiek

MANISCHE BLOG! Ik bedoel, euh, manische blog <3

Beste bloghomo’s

Het lijkt volgens jullie letterlijk al jaren geleden sedert ik mijn laatste blogpost het internet ingekatapulteerd heb. Maar dat is slechts schone lijk: het is precies 13 dagen geleden. Stop dus eventjes met jullie lariekoek. We hadden vooraf afgesproken dat dit een losse relatie ging zijn, zonder te veel toewijding of deadlines. Ik kom nog maar net uit een vorige serieuze blog, zie je, en ik ben echt niet klaar om weer regelmatig te schrijven. Oef. Blij dat dit eruit is. Bij deze dan weer een verslagje, zodat jullie dan toch zeker 13 dagen jullie mondjes zouden houden. Of vele jaren, als ik jullie logica volg.

Zo, dat laatste was een beetje agressief, niet?  Vanaf hier zal ik proberen om rustiger te worden, want ik moet eerlijk zijn: zoveel woede en beledigingen hebben jullie niet verdiend. Het moet me gewoon van het hart: na de volle 6 weken Zuid-Franse zon, orkanen en norse Algerijnen, ben ik zo’n beetje manisch aan het worden. Het ene moment ben ik zo blij als Koen Crucke met een voorbinder, het andere sta ik zo strak als een familielid van Saddam Hoessein die per ongeluk een verkeerde moslima gekust heeft – “Soenniet zomaar een Sjiiet”, Ahmed, onthoud dat nu eens verdomme!. Vergeef me dus mijn boze uitspattingen. Ze zijn oncontroleerbaar. Zoals al die smerige wijven als ik hun gezichtsveld binnendartel.

Kijk, dat was zo’n uitspatting. Let er echt niet op. Ik weet dat ik ze gewoon kan wissen – dit is een laptop met een deletetoets, geen typemachine, denk je eigenlijk wel na, lezer? -, maar dan zou mijn blog gewoon niet grof zijn. En waarom schrijf ik hem dan nog? Zo. Daar anticipeer ik effe lekker op jullie betweterige reacties. Geen commentlikes voor jou, witty piece of shit.

Wordt het al eentonig, al die parallelle paragrafen? Eerst een verontschuldiging voor de overmaat van de vorige paragraaf, om te eindigen met een nieuwe beledigende opmerking. Niemand verplicht je ook om dit te lezen.

Goed, we dwalen af – al weet ik ook niet waarvan. Juist, ik ging jullie informeren over de dagdagelijkse beslommeringen waarin ik mijn Montpellieriaanse dagen hier voltrek. Het grote nieuws – zelfs tot in België hoorbaar – was dat het hier regende. Héél veel. Zo veel zelfs dat er welgeteld nul slachtoffers vielen. U hoort het goed, edele stadsheren en wulpse deernes: geen enkel slachtoffer. Niet één seniore werd door een modderstroom versmacht, niet één auto werd onbestuurbaar tegen een stevige muur gekogeld. Natuurrampen anno 2014 zijn niet meer wat ze zijn.

Waar is de tijd van tsunami 12-12?, dacht ik toen ik mijn lichtjes doorweekte jeansbroek op een zwerver droog sloeg. Waar zijn de dagen waarin alle Belgische zenders de handen in elkaar sloegen om zoveel mogelijk geld op te halen voor die duizenden Zuid-Oost-Aziaten? Komen de jaren waarin de succesvolle Peter Evrard zijn sikhaar knipte om de Sikh haar dochter te doen vinden, dan nooit meer terug? Is er dan geen énkele aardbeving meer waarin een hond op het puin zit te huilen, vergeefs zoekend naar zijn verkruimelde baasje?

Neen. Tegenwoordig mogen we al blij zijn als een middenklasse mama gaat werken op zo’n hete zomerdag, en ze haar kindje laat grillen in de auto. Bij haar terugkeer snuift ze eens vurig, en krijgt ze zin in zo’n lekkere kip op de barbecue. O ironie, wanneer ze ontdekt  dat die geur uit haar peuter a la plancha komt. Hoe vertelt ze dit nu aan de rechter? Papa vindt het niet zo erg: geld dat naar studies zou gaan, gaat nu naar zijn Volvo  en Pedigree voor zijn labrador, en avondeten hebben ze nu ook al voor een dag of drie.

Zo, mijn grofbekkerij heeft ons helemaal doen afwijken van het originele pad: een blog over mijn eigenlijke leven. Komt-ie dan:

OMG! Een paragraaf over mijn eigenlijke leven: Het is hier superleuk! De lessen zijn soms een beetje vervelend maar het is hier wel superleuk! Mijn prof Frans (Frans en nog iets, zijn achternaam ben ik vergeten) feliciteerde me al met mijn Frans (een vriend die ik hier leerde kennen) wat superleuk is. Vorige maandag was het stormendag. Er waren geen doden. Daarna werd het weer goed weer. Mama’s reden rond in hun auto’s met dode kindjes. Justitie heeft zijn handen vol. Koen Crucke loopt hier soms rond in een regenjas. Alleen een regenjas.

No ragrets voor de warrige blog, en veel knuf knuf,

Anti-roos Sampoo aka Samontpellier

Inwoners Chinese provincie Qinghai op de vlucht voor Boeddhistische strijders na nieuw verlicht geweld, Westen reageert koel

MONTPELLIER – De Boeddhistische Staat, de terreurorganisatie die streeft naar een onafhankelijk Tibet, heeft opnieuw terrein gewonnen. Na enkele weken van relatieve rust kwam het vannacht weer tot spanningen tussen Chinese burgers en Tenzinianen. De bevolking van de Chinese provincie Qinghai, die grenst aan Tibet, sloeg gisteren massaal op de vlucht. Ondertussen roept de Chinese president Xi Jinping op tot kalmte, en vraagt hij met nadruk de steun van het Westen. Daar wordt heel uiteenlopend gereageerd op het Aziatisch geweld.

De Tenziniaanse troepen, genoemd naar hun grote leider Tenzin Giatso, drongen enkele weken geleden China binnen maar konden omwille van hun vele bezinningsmomenten nooit veel terrein winnen. Sedert begin vorige week flakkerde het geweld echter weer op en werden verschillende Chinese dorpen totaal leeggeplunderd: de lokale bevolking zit naar verluidt zonder extra small-condooms, pakjes langkorrelrijst, de letters ‘L’bij Scrabble (de lokale versie heet Sclabble) en smerige rauwe vis. Ook zou één op de drie vrouwen in de getroffen gebieden mentaal verkracht zijn door ethisch verlichte Tibetanen. Volgens andere bronnen zouden de Tenzinianen Chinese jongeren ook van opium voorzien, waardoor ze niet alleen ernstige hersenschade zouden oplopen, maar ook plotsklaps heel smooth zouden zijn bij het andere geslacht. Hieruit kan dan weer voortvloeien dat er een babyboom ontstaat, wat gezien de 1 baby policy van de Chinese regering een financiële ramp zou betekenen voor de betrokken families.

De Chinese president Xi Jinping reageert onthutst op de golf oprukkende Tibetanen en eist meer standvastigheid van zijn bevolking. Beelden op YouTube tonen al dat geïmproviseerde Chinese volkswachten, met de sterkste mannen van elk dorp gezadeld op panda’s, klaar zijn voor een eventuele Boeddhistische inval. Kenners menen echter dat de Boeddhisten te sterk gewapend zijn en dat hulp van buitenaf absoluut noodzakelijk is. Daarvoor wordt onmiddellijk in de richting van de Verenigde Naties en hun bondgenoot Israël gekeken. Bij de VN wordt echter lauw gereageerd. Ban Ki Moon, nochtans ook zo’n spleetoog, heeft het over “imminente gerechtigheid”, en wordt daarin bijgestaan door de Israëlische president Netanhayu. Deze laatste liet in een communiqué verstaan dat “de Tibetanen al meerdere tientallen jaren woonachtig waren in hun eigen land”, en dat “de Chinezen het land in een korte tijd veroverd en onder hun heerschappij gebracht hebben, gemotiveerd door historisch incorrecte drogredenen”, wat volgens de president reden genoeg is om de Tibetanen zelfs bij te staan in hun ontsnapping uit de zgn. Ching-Chang-strook. De Verenigde Staten reageren gelijkaardig: president Obama merkte fijntjes op dat “B.S. niet toevallig ook voor bullshit staat” en dat “de internationale aandacht voor zo een randfenomeen fel overdreven is”. Het Congres eiste gisterenavond laat nochtans wel gespierde ingrepen. Ook Brits president Cameron staat open voor het opleggen van economische sancties.

In eigen land liet grootste partij N-VA weten dat het voorstander is van acties tegen het oprukkende verlicht geweld. Partijvoorzitter Bart De Wever liet al weten dat “de BS niet zomaar ontstaan is” en dat hij vooral inzit met de Tibetaanse bevolking in België, sterk vertegenwoordigd in de steegjes nabij het Brusselse Chinatown. Daar zouden monniken vrij spel hebben om jonge Boeddhisten mee het extremisme in te sleuren. De Wever eist alvast toegang tot de Boeddhistische tempels, aangezien daar de kiem voor Tenzinianisme zou liggen. Het Vlaams Belang vraagt op zijn beurt de onmiddellijke uitzetting van alle personen met een huidskleur die hoger is dan 6 op de geelheidsgraad van Simpson. Organisaties van Tibetaanse Belgen spreken van “ongehoold lacisme van het Vlaams Belang”.

De Wever en het Vlaams Belang worden bijgestaan door verschillende ‘marriage consultants’, gegroepeerd in de koepelorganisatie Vereniging van Belgische Huwelijksbureaus en Trouwfeesten (VBHT). Volgens voorzitster Claudine de Meester zullen de Aziatische spanningen de rijsttoevoer naar West-Europa doen stokken, waardoor de traditie van het werpen van rijstkorrels naar nieuwbakken koppels noodgedwongen zou eindigen. De berekeningen van de VBHT voorzien dan een daling van 75 procent in het aantal huwelijken, “iets dat ten alle koste vermeden moet worden”. Een alternatief is het gooien van couscous, maar “gezien de huidige internationale situatie is het misschien beter om met peren te gooien”. (SO)

Wie meer info wil over verlichting of wie met vragen zit over stoelgangproblemen door overmatig rijstgebruik, kan terecht op het gratis nummer 0474283953.

Eindelijk een lijstje

Kijk eens aan, dames en heren: mijn eerste twee weken zitten er al weer op. Veel pseudovrienden ben ik opnieuw rijker, weinig vooruitgang boekte ik betreffende mijn administratieve rompshlomp. Wees niet bang trouwens, ik blijf trouw aan wat ik in blog 1 predikte: ik ga niet lopen zaniken over mijn matig interessante leven of over welke patronen mijn toiletpapier vertonen. Deze blog is opnieuw een resem bedenkingen die de voorbije dagen mijn hersenspan teisterden.

En tijdens mijn tweede les reeds kreeg ik daarvoor een smakelijk kommetje inspiratie bolognaise aangeboden door mijn professore ‘Franse Literatuur’. Madame mag dan wel totaal van haar realiteitszin ontdaan zijn – daarvan getuigen haar veelvuldige taken die ze ons al opdroeg en haar onwaarschijnlijk slechte lesmethode -, ze kan toch mooi op haar CV bijschrijven dat ze ergens bijdroeg aan de beroemde 3e blog van Ooghe. Ze vertelde mij en mijn Franse klasgenoten namelijk dat er in de 19e eeuw een algemene tendens was tot de zgn. ‘catégorisation’: zowel in de academische als in de dagdagelijkse wereld kwam het blijkbaar massaal in Franse burgers op om mensen te groeperen, te klasseren, een etiket te geven, om aldus de veranderende wereld overzichtelijk te maken. “Dom”, was haar genuanceerd oordeel over die tendens. “Leuk”, dacht ik. Bij deze: een ruwe classificatie van de Fransen waarmee ik al in aanraking kwam, na weken van vlijmscherpe en intensieve observatie. Lijstjestijd, bitch!

  • Eerst en vooral hebben we de jonge lycéens en lycéennes – de pubers van 15 tot 18 jaar oud. Ze vertonen kuddegedrag en zijn herkenbaar aan hun lachwekkend jargon: het taaltje dat zij spreken kenmerkt zich enerzijds door ‘coole’ Franse woorden en anderzijds door geleende Engelse uitdrukkingen – inclusief onberispelijke uitspraak. Aangezien ik het voorrecht geniet om dagelijks langs liefst 3 Lycées te fietsen en ik daar dan ook nog eens moet afstappen omdat die kinderhols nu eenmaal met zoveel zijn, heb ik al meermaals de conversaties kunnen volgen. Een greep uit het jongerendiscours, in de vorm van een overzichtelijk lijstje:

Vachement (bijwoord, ‘erg’)

Wèh (‘ja’)

É mec (uitroep naar een mannelijk exemplaar van de jongerenspecies)

É meuf (uitroep naar vrouwelijk exemplaar van de jongerenspecies)

É andicapé (uitroep naar Wannes Nauwynck)

É barfkoning (uitroep naar Maxim Roelens)

É voal mustache (uitroep naar Ben De Smet)

Le fasboek

Le twietteur

Le yoloisme

Coucou omo

Omelette du fromage

À l’aise mayonnaise béarnaise potje me fraise

  • De norse Algerijn. Gezien het koloniaal verleden van Algerije (gekoloniseerd door Frankrijk, onafhankelijk in de ’50), hebben die mannen ook wel het recht om nors te zijn. Maar niet allemaal. En zeker niet 65 jaar na datum. En zéker niet tegen de onschuldige Belg – ik neem alleen shit van Congolezen, en eigenlijk alleen van diegenen die een handje of armpje missen omdat ze nu eenmaal te lui waren. Maar ze hebben dat recht zéker niet wanneer ik vriendelijk de deur van de tram open wil houden voor hen. De norse Algerijnen vormen een groep eikels, zonder uitzonderingen. (Ik besef dat ik het hier ver drijf, maar ik probeer gewoon de 19e-eeuwse categoriseringscultuur te respecteren. Toevallig ten koste van niet-Europese culturen. Kiezen is nu eenmaal verliezen).
  • De vriendelijke Fransman. Om 6u ’s morgens wandelt hij fluitend door de naar urine welriekende straten, met zijn baguette zwaaiend naar landgenoten (zij worden, als waren ze net door Jezus betast, ook instant vrolijk) en naar norse Algerijnen (zij geloven niet in Jezus, worden dus niet betast, en blijven nors). De vriendelijke Fransman helpt de verdwaalde Erasmici uit de nood, zwengelt met zijn ijver de binnenlandse economie aan, en, zoals het een echte Fransoos betaamt, betoogt hij ook vrolijk fluitend mee tegen homohuwelijken in Parijs. Want da’s Frankrijk in de 21e eeuw. Respect daarvoor, oké? Tegen homo’s zijn, systematisch kutmuziek produceren/verspreiden en massaal voor extreemrechts stemmen is ook maar een cultuur. Graag iets meer open-minded zijn, aub.
  • De verkeersfransman. Deze Fransman vult zijn dagen met voetgangers aan te rijden en schaamteloos over fietspaden te vlammen. Wanneer iemand staat te wachten aan een zebrapad en oogcontact maakt met hem, zal hij zonder twijfel vertragen tot zo’n 15 km/u, om vervolgens net op het einde weer op te trekken naar 55 km/u. Hij maakt overmatig gebruik van zijn toeter, bij voorkeur ’s nachts. Pinkers vindt hij grappig klinken, maar hij is er nog niet helemaal uit waarvoor ze eigenlijk moeten dienen.
    Heb je er altijd al van gedroomd om zo’n Fransman te ontmoeten? Fluitje van een cent! Het volstaat om vrij dicht bij een rij geparkeerde auto’s te rijden: de kluutzak zal geduldig wachten tot je op de juiste afstand bent, om dan ‘per ongeluk’ zijn autodeur tegen je snoet te rammen. Vergeet achteraf niet te betalen voor zijn spiegel:  je Frans is minder goed dan het zijne, dus voor de politieagent is het al een uitgemaakte zaak wie er in fout was.

Zo, lieve bloglezers, als je hier geraakt bent, heb je weer eens honderden zoete woorden des Sams doorstaan, zonder ook maar iets te weten gekomen te zijn over zijn eigenlijke leven. Daarom nog een nieuwsflash (in de vorm van een – wait for it – lijstje) voor de geïnteresseerden:

Lessen saai, allergieën jeukerig, stoelgang stevig, Duitsers talrijk, kraantjeswater troebel, kleerkast kapot en bureau bestoft. Vorige week waren er enkele vrienden: veel knuffels, veel Maximbarf (mijn lievelings der barfen), veel duur bier, Wannes keukenprinses, veel jolijt.

Blog you later ladies and shwentlemen,

Samontpellier

P.S. aan de Chinezen: lijstje betekent wel degelijk lijstje, en niet rijstje.