De Erasmus Gestapo

Ach, een week passeerde reeds en nog steeds zag ik geen wolkje aan de staalblauwe Zuid-Franse hemel. De drank vloeide al rijkelijk, het strand werd al meermaals geteisterd door mijn brede torso. Is het leven hier dan zoveel beter dan in België? 

Natuurlijk. Maar in zeven dagen tijd kon ik ook al de schaduwzijde van het erasmusleven observeren: sociaal contact. U, attente lezer, vraagt zich nu ongetwijfeld af hoe sociaal contact in godsnaam slecht kan zijn. Is Sam na een week al helemaal doorgedraaid door een teveel aan goedkope wijn en een tekort aan wc-brillen (wat een vieze smeerlappen zijn die Fransmannen toch)? 

Laat het mij u uitleggen, voor u vroegtijdig oordeelt. Of bent u de wijze woorden van Jezus, “voor Gij een oordeel velt, luistert naar Sam, daar hij goede raad heeft over kalfjes ende koetjes” (Johannes 14: 13-14) al vergeten? Wel, sociaal contact kan wel degelijk slecht zijn. Hier, op Erasmus, wordt er namelijk een totaal artificiële omgeving van verplicht vrienden maken gecreëerd, met een soort opgelegd gemeenschapsgevoel: iedereen moet met iedereen praten, en iemand geen toffe peer vinden wordt niet getolereerd. Je zou kunnen spreken van een totalitair ‘we zijn allemaal vriendjes’-systeem waar iedereen die kritiek uit op de gewoontes van een ander persoon richting symbolische (hopelijk toch) gaskamer geduwd wordt. Het werd mij zo al verboden om met Libiërs te praten over abortus of over de IS, omdat ik dan, volgens de Nazi-erasmuswetgeving, geen respect heb voor andere culturen. 

Goed, over wat moet een mens dan praten, vraag je je dan af. Want wanneer gevoelige onderwerpen zoals religie, mensenrechten en bakboter (sommige mensen verkiezen olijfolie om te bakken, ziet u, en we willen geen andere culturen schofferen) totale taboes worden, schiet er slechts weinig over. De oplossing voor de gemiddelde Erasmicus lijkt voor de hand te liggen: taal. Yes you Belgians you talk a lot of the, euh, languages eh. – Yes but we live in a country where we, euh, live in 2 parts, one is Flanders and the other is Wallonië so there’s Dutch and French e. (komt er een Belg die alles gehoord heeft) – Yes actually we have also a German part but there don’t live too much people there so that’s not important actually (waarom kom je het dan zeggen, domme gast?). Waarop de Tsjech waarmee je praat weinig overtuigend zijn interesse veinst, en jij ook zijn taalsituatie in de strot geduwd krijgt. De conversaties worden leger dan Liesbeth Homans’ schedel, en de Gestapo kijkt goedkeurend toe.

Desalniettemin zie ik het nog zo somber niet in (dat rijmt, en ik ga hier beweren dat het opzettelijk was, gewoon omdat het kan): er zijn namelijk nog mensen die het nu al gezien hebben met de oppervlakkige (Engelse!) gesprekken en die aan mijn gefrons – men vergelijkt mij nu al met Jayden Smith – zagen dat ik hun mening deelde. Zo kunnen er misschien toch duurzame vriendschappen ontstaan. Vriendschappen van cynisme, van vechten tegen de Nazi-Erasmus-bierkaai.

Voor het overige:

– Ik heb last van stoelgangproblemen noch allergie-aanvallen

– Op het strand dachten we Jani Kazaltzis te spotten. Hij trok achteraf echter een driekwart jeansbroek aan. Niet Jani dus.

– Ik dacht dat ik jullie ging missen maar dat is niet zo (behalve mijn mama, een beetje).

Tot blogs! (hahaha; er zijn bloggers die dat woord echt gebruiken)

De zoveelste blog van een Erasmicus

Lezer,

 

als je dit leest, kijk dan snel weg. Het is de zoveelste blog van iemand die op Erasmus zit. Gezien de kring van mensen die écht in mijn bestaan geïnteresseerd zijn vrij klein is, zou het eigenlijk logischer zijn om mijn gedachten en avonturen gewoon naar hen door te mailen. Toch heb ik besloten om een blog te maken, open en bloot voor elke internetgebruiker, net als elke andere Erasmicus. Waarom? Wel, omdat verhalen lezen en emoties van een ander voelen leerrijk kan zijn voor zelfs de meest volstrekte vreemde.

 

Nee, maar echt. Waarom? Eerlijk nu: aanvankelijk was het niet mijn plan om te bloggen, maar totaal overweldigd door de vuilniskarren aan dagboeken die verspreid en niet gelezen worden in deze periode, moest ik toch een poging wagen. Gewoon omdat ik weet dat het beter kan. Beter voor u, lieve lezer.

Hoe dan? En waarom stel ik zoveel vragen die ik daarna zelf beantwoord?

De respectievelijke antwoorden zijn dat het er volgens mij niet om gaat om over jezelf te vertellen. Wees eens eerlijk: wat kan het u, familielid of toevallige blogpassant, nu schelen wat ik vorige dinsdag laten aanbranden heb? Niks. Dikwijls vergeet ik zelf wat ik gekookt heb, en dat is enkel en alleen omdat het niet erg interessant is. Als ik een nieuwe vriend leer kennen die schizofreen is of een dwergje, of ik breek mijn twee ellebogen tegelijk, hou ik jullie natuurlijk wel op de hoogte. Maar enkel ter jullie leedvermaak. Mijn blogs zullen dan ook vooral dienen om jullie te doen lachen. Mijn familie zal ik persoonlijk op de hoogte houden van mijn allergieën en stoelgangproblemen. 

 

Vindt u, beste lezer, nu zelf niet dat mijn stijl totaal hoogdravend en pseudo-intellectueel is? Dat ik mijzelf beschouw als een soort internetjezus? Dat ik niet geantwoord heb op mijn vraag waarin ik mijzelf vraag waarom ik zoveel vragen stel die ik dan zelf beantwoord? Oh, you. Het is alsof je me al helemaal kent.

 

Tot de volgende blog!

Morgen eet ik rijst met kip curry. Da’s echt mijn lievelings.